Pensioenreis Senior Purser

Uitgenodigd worden voor een pensioenreis is best een eer; de pensionado/pensionada, die logischerwijs al heel lang vliegt, mag een crew uitkiezen en jij bent uitverkoren. Dat zo’n reis (om maar wat te noemen) geen driedaagse Nairobi is moge duidelijk zijn. Meestal gaat het om een bij cabinepersoneel zeer geliefde bestemming, ofwel een Top Tien reis.

Ik ben in de gelukkige omstandigheid dat ik al bij vijf pensioenreizen mocht zijn. De speeches, de saamhorigheid, de tranen, de emotie, de historie….. Ik vind het prachtig. Degene die zijn/haar laatste vlucht maakt heeft een rijk KLM verleden achter de rug. De anecdotes zijn ontelbaar.
Het heeft iets magisch, iets indrukwekkends.

En zo was ik gevleid dat ik mee mocht met de laatste reis van een Senior Purser, die na maar liefst 37 jaar bij KLM ermee stopte.

Ik leerde haar kennen op een zesdaagse Tokio. Zij was de ideale reisleider, die weet hoe je het beste kunt halen uit drie dagen Japan. Ze gaf ons tips van onschatbare waarde. Waar te eten, wat te doen, hoe te reizen.
Zij is gefascineerd door Japan. Ze reisde door het land en studeerde er. Ze spreekt Japans, kent de cultuur en heeft Japanse vriendschappen.

Haar pensioenreis was een vijfdaagse Fukuoka.
Doorgaans vermijd ik Japan, omdat ik er niet slaap. De enige manier voor mij om te slapen in Japan is een avond karaoke tot na middernacht, maar als je de volgende ochtend vroeg werkend naar Schiphol moet is zoiets geen optie.

Het werd een bijzondere reis met een kleurrijke crew.
Onze Purser regelde een fantastisch diner, een treinreis naar een lieflijk dorpje, een prachtige ryokan (traditioneel Japans hotel) met toegang tot ‘onsen’ (Japanse vulkanische baden, op lichaamstemperatuur), en een Japans diner in kimono en op slippers, met een door haar man geregeld optreden van een Japanse artiest.

Voor de terugvlucht waren 100 tulpen geregeld. Dus onze purser werd voor de landing de cockpit in geroepen om ons de kans te geven die tulpen uit te delen aan de passagiers, zonder dat zij het zou merken. Onze Japanse steward maakte een prachtige Japanse speech om de passagiers uit te leggen dat het de bedoeling was de tulpen tijdens het uitstappen aan de purser te geven omdat zij haar laatste reis maakte.

Na de landing speechte de purser achtereenvolgens in het Nederlands, Engels en Japans. En werkelijk waar…. Een applaus volgde…. een applaus dat iedereen kippenvel bezorgde. Juist omdat het om Japanse passagiers ging. Die passagiers van wie wij geen hoogte krijgen, passagiers die wij vaak niet goed begrijpen, passagiers die een andere manier hebben om hun emoties te tonen.
En tijdens het uitstappen droegen ze de tulpen als ware het hun meest waardevolle bagage. Door de lange vlucht waren de kopjes gaan hangen, maar de Japanse passagiers droegen ze liefdevol het gangpad door. De tulpen werden zorgzaam ondersteund, ontroerend om te zien. En bij de deur overhandigd aan de geëmotioneerde purser.

Op het Bemanningencentrum was nog een samenzijn, een speech van de Unitmanager en petit fours (met nietszeggende zoete bruis-appelsap in plaats van champagne, want in uniform mag geen alcohol worden gedronken) en heel veel foto’s.

Weer thuis, waar biefstuk en frites met wijn naadloos aansluiten op sushi met wasabi en bier, denk ik met een glimlach terug aan deze memorabele reis.
Onze pensionada zal de KLM in het begin waarschijnlijk best een beetje missen.
De KLM haar des te meer.

Blue Chicago

imageEen paar keer per jaar bezoek ik in Chicago mijn favoriete bluescafé.
Hoewel het pas om 20.00 uur open gaat, wat best onhandig is voor jetlagged cabincrew, is de lokatie perfect in Clark Street op 10 minuten lopen van het crewhotel.

364 avonden per jaar zijn ze open, met elke avond fantastische live bands. Ik heb daar nog nooit een saaie avond gehad.
Soms gaan collega’s mee. Na een NASA nap staan we dan rond 20.30 uur enigszins groggy voor de deur.
Eigenlijk te moe om nog uit te gaan na de vlucht, maar enthousiast gemaakt door mijn verhalen. Dus grote verwachtingen.

Van buiten ziet het er niet bijzonder uit. Je zou er zo voorbijlopen, denkend dat dit één van de vele kroegen is van Chicago.
Bij de deur zit een portier. Zo’n portier uit een film, waarvan je in eerste instantie een beetje bang wordt en bij wie je je afvraagt of hij, eenmaal in een slechte bui, misschien ineens zin heeft jou de entree te weigeren.
Dat hij nors zegt “I’m sorry, but it’s full for tonight”.
Dus na het betalen van 12$ entreegeld voel ik dan dezelfde soort lichte opluchting als vroeger bij binnenkomst op de feesten van de middelbare school waarvoor ik eigenlijk te jong was, of niet op de gastenlijst stond.

De artiesten zijn kleurrijk. Stokoude mannen met prachtig karakteristieke gezichten, die me doen denken aan de Buena Vista Social Club, zingen the blues.
Gezien het geluid dat ze voortbrengen uit hun trompetten kan het niet anders dan dat ze over een enorme longinhoud beschikken.

Het publiek is afwisselend ontroerd, geamuseerd of opgezweept tot dansen op de kleine geïmproviseerde dansvloer.

Soms zingt er een zangeres die de beste Creedence Clearwater Revival van ‘Proud Mary’ imitatie gaf die ik ooit heb gehoord. Toegegeven, Proud Mary is geen blues, maar dat is het leuke in Blue Chicago; ze zingen niet alleen blues, maar oa ook jazz, soul, rhytm&blues en rock.
Deze zangeres zag ik voor het eerst toen ze nog relatief jong en fit was. Haar postuur even rond, vol en indrukwekkend als haar stem.
De laatste keer dat ik haar zag optreden werd ze vanuit haar rolstoel het podium opgehesen, om vanaf haar krukje wederom een fantastische performance te geven. Het lichaam was verouderd, maar de stem als vanouds.
Ik schatte haar leeftijd in boven de 80, en dacht even na over de pensioenen in Amerika. Ze is zó charismatisch dat ik even werkelijk geloof in de illusie dat ze hier voor haar plezier zit te zingen in haar rolstoel. Het ontroert me hoe dan ook.
Na tienen word er altijd gedanst. Je vraagt je af hoe, want van een dansvloer is niet echt sprake.
De ruimte is te vol, de menigte te druk, de serveersters continu in de weer.
Teksten als “My baby left me……he found another woman…..i lost my job too……and now i can’t pay the rent…….., en het melancholische “I feel like a ballgame on a rainy day”, begeleid door drums, piano, harmonica en trompet, zorgen voor een mooie vibe in de zaal.
Er is veel interactie tussen zangers en publiek. Vrolijke gesprekken en korte diepte-interviews galmen door de microfoon. Over het leven, de liefde, verloren dromen en de daarbij behorende nostalgie.
Aangespoord door de zangeres die de microfoon uitnodigend voor ze houdt, zingen ook gasten soms een paar zinnen mee. De één uiteraard met meer succes dan de ander.

Elke keer neem ik me voor om op tijd terug naar het hotel te gaan. Het is er nog nooit van gekomen.
Na middernacht loop ik terug, vrolijk BB King zingend…
“Let the good times roll”!

BB King

Hey, everybody, let’s have some fun
You only live but once
And when you’re dead you’re done, so

Let the good times roll, let the good times roll
I don’t care if you’re young or old
Get together, let the good times roll

Don’t sit there mumblin’, talkin’ trash
If you want to have a ball
You gotta go out and spend some cash, and
Let the good times roll, let the good times roll
I don’t care if you’re young or old
Get together, let the good times roll

Hey Mr. landlord, lock up all the doors
When the police comes around
Just tell ‘em that the joint is closed
Let the good times roll, let the good times roll
I don’t care if you’re young or old
Get together, let the good times roll

Hey tell everybody
Mr. king’s in town
I got a dollar and a quarter
Just rarin’ to clown
But don’t let nobody play me cheap
I got fifty cents more that i’m gonna keep, so

Let the good times roll, let the good times roll
I don’t care if you’re young or old
Get together, let the good times roll

No matter whether rainy weather
Birds of a feather gotta stick together
So get yourself under control
Go out and get together and let the good times roll

Afscheidsbrief aan de MD11



imageGeachte McDonnel Douglas 11, Beste MD11, Lieve Madame 11,

Na vele fijne jaren samen ga je mij verlaten. Eigenlijk gingen we anderhalf jaar geleden al uit elkaar, omdat ik niet senior genoeg was om te blijven. Bruut moest ik je inruilen voor de Airbus, maar helaas, het was niet anders. De mooie herinneringen aan jou zullen altijd blijven.

Hoe we samen regelmatig naar Aruba vlogen, en vanuit daar door naar Lima. Mooie nachten brachten wij samen door; kaasfonduen in de achterste gally, gezellig met z’n allen op campingstoelen rondom een container, met bakjes opgewarmde left-over kaasjes van de passagiers en keiharde broodjes. We waren vrolijk en gelukkig. We hadden mooie gesprekken en lachten veel.
Het ‘afgaan’ in het kippenhok, soms zelfs met z’n drieën liggend naast elkaar…. Heerlijk even horizontaal en rust aan je hoofd. Niemand die zich druk maakte over passagiers die eventueel over ons zouden struikelen. Welnee, alles was ongecompliceerder dan nu!
Toch heb ik me ook soms aan je geërgerd. Als je weer eens stonk. Je stonk eigenlijk best vaak. Maar ach, een zuurpruim die daar over klaagt!
Soms voelde ik me echt gevangen bij jou. Als ik ergens op rij 12 een verzoek om bv melk kreeg, en dat dan juist niet bij me had. En geen kant op kon, want klem tussen twee karren. Oef, wat waren jouw gangpaden dan lang!
Soms was je ook koud. Vooral snachts had ik dan een deken nodig om mezelf warm te houden. Maar ja, jouw collega de Airbus is misschien een wel nóg koudere persoonlijkheid, dus wat dat betreft ben ik van de regen in de drup terecht gekomen.
Nog één laatste puntje van kritiek: wat kon jij een kabaal maken zeg! Wat dat betreft heb ik nu een betere relatie met Airbus.
Maar lieverd, uiteindelijk draait het om het basisgevoel. En dat was goed bij ons. Ik hield echt van jou. Mijn nostalgische aard maakt dan ook dat ik deze brief aan jou schrijf. Om je te laten weten dat ik het jammer vind dat we elkaar nooit meer zullen zien…. Ik heb al onze foto’s bewaard. Wij samen, stralend in de Antilliaanse zon, in de Canadese sneeuw, op Schiphol bij zonsopkomst.
Mijn laatste verzoek is dan ook: zullen we vrienden blijven?

Liefs, hoogachtend, groetend en zoenend,
Jouw trouwe ex-vriendin Renata Beck

Ode aan New York

imageKL643 AMS-JFK, volle bak, hard gewerkt, goede gesprekken, veel gelachen, lang gewacht bij paspoortcontrole, en dan eindelijk in de crewbus.

Moe maar voldaan zak ik onderuit, in het donker luisterend naar het geruststellende geronk van de bus en de zachte stemmen van het gesprek achter me. De meeste collega’s vallen in slaap. Ook ik kan mijn ogen nauwelijks open houden.

En dan zie ik de skyline van Manhattan opdoemen. De verlichte wolkenkrabbers, de wereldberoemde gebouwen, de indrukwekkende bruggen…

Voor de zoveelste keer in New York, en nog altijd imponeert het me.

De Stad der Steden. De Hoofdstad van de wereld. Althans, dat vind ik.

Het opwindende idee van 24 uur in New York maakt me wakker. Wakker zoals je alleen in New York kunt zijn. New York, the city that never sleeps.

Ik herinner me de eerste keer in New York. Stuiterend van energie absorbeerde ik de stad, bijna continu omhoog kijkend naar al die prachtige architectuur. Het herkennen van de filmlokaties, straatnamen als Broadway, 5th Avenue, Times Square, 52nd Street…. Betoverend vond ik het. Hier gebeurde het dus allemaal. Die eerste nacht sliep ik met mijn hotelraam open, om ‘the beautiful noise’ van de straat te kunnen horen.

Ik ging joggen rond The Reservoir, als ware ik ‘Marathon Woman’. En net als Morgan Freeman in ‘Seven’ dwaalde ik door The Public Library, met ‘Air’ van Bach in mijn oren op de diskman. Ik blufte mezelf binnen bij ‘The Blue Note’ op een drukke zaterdagavond, om getuige te zijn van een groots jazz optreden waarvoor buiten een rij van twee uur wachttijd stond.

De nachtclubs die ik bezocht, na een paar uur slapen, jetlagged maar energiek, die ik persé wilde afvinken. Memorabele nachten waren dat. Nachten zoals ze alleen in New York kunnen zijn.

Bij ‘Katz’ at ik ‘what she’s having’ en voelde me Meg Ryan.

En dan het bezoek aan ‘The Actors Studio’, waar nieuw acteeren musical talent ontdekt werd. Een initiatief van Al Pacino. In de hoop Al himself te ontmoeten werkte ik er een paar uur als vrijwilliger. Heel even dat wannabe-gevoel van ‘in New York horen’…

Mijn eerste rollerblades kocht ik in Manhattan. En leerde mijzelf skaten in Central Park bij 2 graden Celsius boven nul. De vuilnismannen lachten me uit “hey you! What the fuck is wrong with you?! It’s fuckin’ freezing!”.

De ruige schoonheid van the Meatpackers District, gezien vanaf de High Line. De bijzondere mensen die ik sprak, zomaar op straat, kunstenaars, muzikanten en acteurs of wannabe acteurs.

De inwoners van New York, ze fascineren me. Elke keer bezocht ik een andere buurt. De nanny’s met geüniformeerde kinderen onderweg naar privat schools in de Upper East Side. De dog sitters met soms wel 7 of 8 honden aangelijnd, onderweg naar Central Park.

Gezeten op een muurtje bekeek ik de Wall Street brokers in hun strakke pakken met hun attachékoffers onderweg naar het werk. De carrière-vrouwen in mantelpak met gympen eronder en pumps in de tas, druk telefonerend. iPhone links, Starbucks beker rechts.

Na werktijd borrelen en tijd voor gezelligheid.

Hun toegankelijkheid verraste me. Hoezo ‘New Yorkers zijn onaardig’? Ik vind dat reuze meevallen. Hun verhalen over de drang ‘to make it here’ en de daarbij behorende teleurstellingen en desillusies.

De bijzondere gesprekken met gewone mensen. Taxichauffeurs, vuilnismannen en hotdog verkopers. New York, de stad waar serveersters actrice worden en actrices serveersters…

Over het harde werken, de hoge huren, Obama en het zorgsysteem, pensioenen of het gebrek daaraan. En de humor! Een humor en directheid waar de gemiddelde cabaretier zelfs van zou kunnen opkijken.

Een indrukwekkend levensverhaal van een 90jarige vrouw hoorde ik, een broodje etend in Bryant Park, maar ook vele losse opmerkingen en geschreeuw van voorbijgangers.

Een taxichauffeur naast me, wachtend op een rood stoplicht, die vanuit zijn open raam roept dat ik een held ben op mijn rollerblades tussen het verkeer.

Ik koester die momenten. Ze bezorgen me het gevoel op een filmset te zijn beland, met mijzelf als hoofdpersoon in een documentaire over New York.

Die stad vol drukte en hectiek, maar toch ook de serene rust langs de Hudson. Zelden ervaar ik zo’n magische flow als suizend op de rollerblades langs die rivier.

Na een dag ervaringen, ontmoetingen en gesprekken kom ik meestal een uur voor calling moe maar voldaan terug op mijn kamer, trek mijn rollerblades uit, en stort mezelf op bed. Gelukzalig implodeer ik en ontwaak compleet gereïncarneerd voor de terugvlucht.

En dit alles, dit alles steeds weer, het blijft me boeien… New York, New York, a city so nice, you’ll have to name it twice!

 

www.spottedbylocals.com